De eerste mokerslagen op het hete ijzer zijn zeer fragiele pianotoetsen. Opener Cairns heeft immers niet veel meer om het lijf dan een eindeloze herhaling van een pianothemaatje, aangevuld met wat strijkers.
Tijdens Bring on the hurricane heeft de body van het nummer gelukkig wat aankleding gekregen. Een stem, een gitaar én het stevige getrommel op het einde brengen ons in een rustiek avondgemoed. En die sfeer vinden we verderop ook terug tijdens Divining, The Act en Ruins. Het enige wat een mens nog mist op zo’n moment, zijn poffende kastanjes en een theetje.
Gelukkig is de plaat geen homogene pot nat. Op Cat Bells horen we duidelijk de invloed van het Deense Efterklang, met wie ze samenwerkte, en haar zeer goede stembeheersing spreidt ze tentoon tijdens Canopy. Bij momenten horen we vleugjes Cat Power, en zelfs Feist komt een keertje om de hoek piepen tijdens Feet of Courage.
Het beste en stevigste ijzer smeedt Elizabeth echter met Lay Low, een nummer dat de plaat zeker en vast nodig had. De kans dat het schijfje ook twee jaar stof zal vergaren, wordt er in ieder geval gevoelig kleiner op.
Anders dan op haar eerste plaat leert Nancy Elizabeth om te gaan met haar vaardigheden. Ze schakelt aardig terug naar de eenvoud, waardoor de songs duidelijke contouren krijgen en de luisteraar minder snel verveeld raakt. Het ijzer zal in ieder geval iets langer heet blijven dan dat van haar debuut.
No comments
Nieuwe reactie inzenden