Oceansize is een moeilijke band. Moeilijk te doorgronden, moeilijk te beschrijven. Op het nieuwe ‘Self Preserved While Bodies Float Up’ “experimenteren” de vijf van Manchester dan wel voor het eerst op grote schaal met standaardsongs, toch grijpen ze je opnieuw bij je enkels om je tanden te scherpen aan de stoeprand. Of ze doen je met koelbloedige sereniteit naar adem happen, want zachtaardig is Oceansize 2.0 bij momenten zeker ook.
Tot vandaag – na drie alom geprezen albums en talloze ep’s – is Oceansize in onze contreien een eerder obscure naam. Ironisch genoeg is het de eigen hypergesofisticeerde sound die de band de das omdoet. Wat bij een eerste kennismaking voor verwarring zorgt, blijkt naderhand niet zelden geniaal. Helaas haken velen af bij dat eerste stadium.
Voor die groep mensen is er goed nieuws, want ‘Self Preserved’ is minder afschrikwekkend op het eerste zicht dan zijn voorgangers. Doorgewinterde fans hebben evenmin reden om te panikeren. In Oscar Acceptance Speech zingt main man Mike Vennart “Now we’ve lost balance”, maar niets is minder waar. Een uitgekiender evenwicht tussen experiment, furie en emotie is nauwelijks denkbaar.
Het begin van ‘Self Preserved’ neigt nog eerder naar Oceansize’s harde, donkere zijde. Part Cardiac beukt in op je trommelvliezen als een stormram. Vooral slepende postmetal en een opvallend logge sound blijven bij, maar er sluimert ook een bezwerende melodie. Wie even moet doorbijten, vindt soelaas bij Superimposer, een geraffineerde lap eigenzinnige rock die zijn tentakels in alle mogelijke richtingen uitstrekt. In nog geen vijf minuten tijd wordt een razend spannend verhaal verteld.
Machinegeweermetal en epische mathrock krijg je te horen in Build Us A Rocket Then, You Rocket Building Cunt. Tijdens Oscar Acceptance Speech zet Vennart plots een falsetstem op en regeren piano’s en strijkers naast de gebruikelijke gitaarmuren en koppige drums. Daarmee is de toon gezet voor het middendeel van het album, dat uitblinkt door de bloedstollende pracht van songs als Ransoms en het als een melodie van Mew meanderende A Penny’s Weight.
Silent/Transparant – alleen al de moeite omwille van de stereospreiding van Mark Herons drumpartij – vangt kalm aan. Maar zo stil als het allemaal begint, zo verschroeiend is de helletocht waarin het nummer uitmondt. De mastodontsound van het hondsbrutale It’s My Tail And I Chase It If I Want To gooit nog wat olie op het vuur.
Het afsluitende Superimposter waagt zich zelfs in het ‘Spiderland’ van Slint, maar zoekt al gauw de hogere sferen van de dreampop op. Je merkt dat Oceansize van de ene extremiteit naar de volgende suist. Maar het vernuft waarmee ze dat doen, is bij momenten duizelingwekkend. Vandaar dit vriendelijke advies: Buy this record, you record buying cunts!
4 comments
Nieuwe reactie inzenden