Wij zijn al een tijdje de tel kwijt, als het gaat over jonge, frisse (en minder frisse) inlandse bands die een plaatje in de brievenbus van de redactie deponeren. Met bijzonder veel respect proberen wij ze één voor één te beluisteren. Af en toe galmt er een oorverdovende vreugdekreet, tot grote ergernis van enkele collega's. Gewoon maar om te zeggen: wij hebben ons geloof in de vaderlandse rock-'n-roll nog lang niet opgegeven.
Als we het eerlijk moeten toegeven, worden we er soms een beetje moe van. Bands die zonder schroom teruggrijpen naar de psychedelische rock-'n-rollroes van de late jaren zestig en zeventig. Het was dan ook bang afwachten toen we, na het lezen van de bijgeleverde biografie, het schijfje in de cd-speler duwden. Maar het moet gezegd: Icarus komt er bijzonder goed mee weg.
De band startte aanvankelijk als een punk- en hardcoreformatie. Na een viertal jaren van vallen en opstaan heeft dit gezelschap eindelijk zijn eigenheid gevonden en is langspeler nummer één een feit. 'Meet My Cellar Door' klinkt bij momenten alsof de heren op een stukje onontgonnen Antwerps woestijngebied een lo-fi 'Desert Session' hebben gehouden.
Dat het twaalfkoppige monster nooit echt gaat vervelen is allicht te verklaren door de strakke en soms gevarieerde sound die de band weet te produceren. Waar het eerste deel van het album vooral put uit garagerock genre The Sonics en MC5, zoekt het tweede hoofdstuk zijn heil in zwaardere gitaarriffs die bij momenten doen denken aan Acid King en Kyuss.
Als Icarus op deze manier en met deze gedrevenheid songs blijft in elkaar boksen zouden ze wel eens de vaandeldragers van het hardere gitaarwerk kunnen worden voor het komende decennium. Tenminste, dat is wat wij ze toewensen na het beluisteren van het puike 'Meet My Cellar Door'.
No comments
Nieuwe reactie inzenden