De vijf Kempenbroeders en hun ene zuster stonden amper een kwartier op de planken toen ze hun set bruusk onderbraken om er wat drankjes bij te roepen, die ze vervolgens op hun dooie gemak onder elkaar verdeelden. “Schol, manne!” Het demonstreerde meteen hun relaxte laidback stijl, waar evenwel ook een portie no-nonsense onder schuilging. Kort daarna maakte frontman Steven "MC Veston" van Gool ons immers duidelijk waarom ze hier precies kwamen optreden, terwijl hij naar de merchandisestand onder de Campina Reggae poster wees.
Eind januari brachten de reggaemannen hun tweede album ‘Armoei Troef’ uit in eigen beheer, een cd die je overigens integraal kan beluisteren en downloaden op
deze bandcamp-website. Naast de titeltrack van dat nieuwe album kregen we ook nummers als
Ik wil je lijf (een knipoog naar
I want your love van Chic), het zweverige
Hey gast en de "chachaska"
Zwaartekracht te horen, terwijl de rest van de setlist werd opgevuld met nummers uit hun eerste cd, ‘Vet En Verstaanbaar’ uit 2007.
Die lijst moesten ze even aanpassen toen gitarist Gerd Beyens technische problemen had, waarbij van Gool het publiek de keuze liet tussen afrobeat of "Dutse" Schlager. Bij beide voorstellen weerklonk telkens maar één West-Vlaams gilletje, waarop de MC toch maar wijselijk besliste om het uptempo nummer Ouagadougou a capella in te zetten.
Nadat ze die setlist na een uur afsloten met een extra lange versie van Koken Met Rachida van Wawadadakwa - één van Vestons eerdere muzikale projecten - hadden de bandleden bewezen dat ze er live helemaal staan en over een grote dosis muzikale creativiteit beschikken. Een speciale vermelding gaat daarbij naar dj Courtasock, die zijn ene draaitafel met bravoure opwaardeerde tot een volwaardig muziekinstrument. Het stapeltje cd’s in die merchandise stand bleef echter onaangeroerd, en daar zal het dialect ongetwijfeld voor iets hebben tussengezeten.
Rocksteady 7 schakelde vervolgens een versnelling hoger met hun met jazzinvloeden doorspekte ska, waarmee ze het Diksmuidse publiek meteen in beweging kregen. Een sterke start, maar het New Yorkse ensemble rond saxvirtuoos David Hillyard had toch wat moeite om ons te blijven boeien.
“Een stem ware welkom geweest, blazers te prominent aanwezig en té langgerekte nummers”, krabbelden we in ons notitieboekje, na de zoveelste solo van de trombone, trompet of saxofoon. Luttele ogenblikken later zou echter blijken dat de Amerikanen ons flink bij ons pietje hadden.
Geheel onverwacht kroop de gitarist ineens vanachter zijn volle zwarte baard tevoorschijn om ons omver te blazen met zijn bluesachtige interpretatie van Sunny. En ook de percussionist had toen nog een verrassing in petto: nadat die eindelijk ook eens een solo had opgeëist, greep hij een microfoon beet en bleek ook hij over een verbluffend stemgeluid te beschikken. Het publiek reageerde uitzinnig. Eindelijk!
Het laatste moment de gloire was uiteraard voorbehouden voor de frontman zelf. In het slotnummer bespeelde die zijn stokoude sopraansax met één hand, terwijl hij met de andere hand een micro in de beker van zijn instrument hield en daarbij ook nog eens zijn zangcapaciteiten liet horen.
Na afloop bleken enkel die “té langgerekte nummers” niet doorstreept te zijn in ons boekje en met zo’n pietluttige opmerking kunnen wij als muziekliefhebbers natuurlijk best wel vrede nemen. We beleefden een geslaagde avond die veel meer publieke aandacht verdiend had, alsook meer interactie van zij die toch waren afgekomen. Als ze zo’n dingen blijven programmeren in de 4AD, dan zijn wij er de volgende keer in ieder geval weer bij!
No comments
Nieuwe reactie inzenden