In de namiddag hadden Villa en Busy P de grootste moeite om wat volk op de been te krijgen, en ook wij wachtten liever tot de zon wat lager stond vooraleer we een optreden volledig gingen bijwonen. Die eer viel te beurt aan de Audio Bullys, een op en top Britse dance-hiphopact die ons meer dan eens deed denken aan The Streets.
Een MC die vrij statisch op het podium staat en een dj die de tracks niet altijd even feilloos ineenmixt. Het lijkt een flopscenario, maar het Luikse publiek scheen die samenwerking van Simon Franks en Tom Dinsdale wel danig te lusten.
Tijdens We Don’t Care gingen de handjes al gewillig in de lucht, maar het duo spaarde de bekendste hits zoals verwacht voor het einde van hun set. Toen de baslijnen van The Things, Shot You Down en Snake weerklonken, zagen we dat ook achteraan het park steeds meer festivalgangers hun zitvlak van de grond tilden.
De heren zorgden die dag voor het eerste feestje dat die naam waard was, maar het had nog stukken beter gekund. Live was dit immers nogal saai om naar te kijken. Een licht- of projectieshow leek ons hier dan ook aangewezen, maar daarvoor was het nog niet donker genoeg.
Een half uur later hoorden we alweer een Brits accent ons toespreken. Nu was het de tongval van Jack Allsop - zegt u maar Just Jack - die onze aandacht vastgreep. “Don’t know yet if I’m glad I came”, zong die in het eerste nummer Writer's Block. Wij hadden de indruk van wel.
Hij koos voor een rustige start met de eenvoudige popmelodieën van No Time en I Talk Too Much, en tijdens het wondermooie The Day I Died vroeg hij ons om goed naar de tekst te luisteren. Daarna verhoogde hij het tempo voor de meer dansbare hits als Stars In Your Eyes en Goth In A Disco, die op heel wat vocale bijval konden rekenen bij het Waalse publiek.
Just Jack zette hier een prima optreden neer, waar we maar weinig op aan te merken hadden. Of toch misschien dit: dit was een stuk gezapiger dan het optreden van de Audio Bullys. Die twee hadden ons inziens dan ook beter van plaats gewisseld in de line-up.
In de HF6-zaal was het ‘Planet Turbo’-programma intussen van start gegaan: tien uur lang de beste electrodj’s van het Turbo-label, op tournee doorheen Europa. Tiga fungeert hierbij steeds als aanvoerder, op Les Ardentes omringd door vrienden als Riton, Zombie Nation en Proxy, en zijn kleine broertje Thomas Von Party. Wij bleven echter aan de main stage staan voor het optreden van N.E.R.D.
Net zoals Cypress Hill, die we hier gisteren al aan het werk zagen, brengt ook deze hiphopformatie hun raps op rockmuziek. Zij hadden echter wél echte instrumenten meegebracht, namelijk een elektrische gitaar, basgitaar, toetsen en maar liefst twee drumstellen. Daarnaast zorgden ook twee schaarsgeklede danseressen voor het visuele aspect van hun show.
Dit optreden kwam maar traag op gang, met langzame hits als Maybe en Sooner Or Later in het eerste half uur. Ook Hot-n-Fun, de voorloper van het langverwachte nieuwe album ‘Nothing’ zat behoorlijk vooraan in de setlist en bij de aankondiging van Help Me haalde frontman Pharrell Williams zijn beste marketingtrucs boven. “This is a brand new song from our brand new album, so grab your cellphones and post it on YouTube”. En zo geschiedde.
Vervolgens bracht hij een zwakke versie van Provider in zijn eentje, het welgekomen startschot van een rijtje gekende hits. She Wants To Move, Everyone Nose en Snoop Doggs I Wanna Rock volgden elkaar op in sneltempo, waarna we nu wel klaar waren om ook nog wat nieuw, onbekend materiaal over ons heen te krijgen.
Rockstar en Lapdance hadden ze nog achter de hand gehouden voor helemaal op het einde, waardoor die tweede helft van het optreden veel beter was dan de eerste, en we dit vooralsnog behoorlijk positief kunnen beoordelen. Hier kon Missy Elliott duidelijk nog iets van leren…
Geheel tegen onze verwachtingen in, bracht Pharrell Williams geen solomedley van zijn vele r&b-producties. De vele (vrouwelijke) fans maken weinig onderscheid tussen zijn verschillende projecten, maar zelf speelt hij zijn populariteit als solo-artiest dus duidelijk niet uit in deze band. Hier kunnen we alleen maar respect voor opbrengen, hoewel we denken dat hij dat misschien beter toch gedaan had.
Tenslotte lieten we ons nog even verbazen door de lichtshow en vingervlugge scratches van de Franse turntablists van Birdy Nam Nam, waarna we de nacht en het Aquarium indoken met twee vrouwen met technoballen: Ellen Allien en Monika Kruse. De details daarvan houden we echter liever voor onszelf.
No comments
Nieuwe reactie inzenden