Ochtendgymnastiek in een goed gevulde Marquee is er met
The Rakes. Het is duidelijk dat de Belgische aanhang van de band doorheen de jaren stevig is toegenomen. De heren leveren aan een bijzonder hoog tempo een strakke set af. Zanger Alan Donohoe lijkt wel als een marionet aan draadjes te hangen. Met zijn eigenzinnige, hoekige bewegingen slaagt de man er in om een beetje leven te krijgen in het nog halfdronken Marqueepubliek.
We Danced Together zet meteen de toon voor een enthousiast optreden en ook de doorleefde versie van
Strassbourg doet ons watertanden naar meer. Zelfs wanneer de groep even gas terugneemt met
Little Superstitions blijft de aandacht behouden. Voorwaar een prestatie op dit onmenselijk vroege uur.
Rond de Canadese groep/zanger
Patrick Watson hangt behoorlijk wat mysterie. In Canada en de Verenigde Staten heeft hij een meer dan behoorlijke aanhang, maar in Europa kwam zijn jongste plaat ‘Close To Paradise’ pas onlangs op de markt, ondanks het feit dat hij over de plas al verscheidene maanden in de platenzaak ligt. De muziek van de groep is moeilijk in een hokje te steken. Voorman Patrick Watson zingt doorleefde nummers van achter zijn piano en orgel en wordt daarbij gesteund door bassist, drummer en gitarist. De ritmesectie legt de fundering voor de luisterliedjes van de groep en gitarist Simon Angell puurt ijle klanken uit zijn instrument, dit vaak op de meest onconventionele manier (door bijvoorbeeld een ballon piepend leeg te laten lopen in de gitaarmicrofoon). Ook voorman Watson is niet vies van experiment en stuurt zijn stem door een effectenpedaal om de meest bizarre klanken tevoorschijn te toveren of vraagt het publiek actief aan de show deel te nemen door hun geroep in feedback om te toveren. Het geheel doet de toeschouwers wegdromen naar betere tijden. Deze groep heeft een veelbelovende toekomst voor zich.
“All the way from Austin Texas, we drove all night, and just got here in time.” De vijfkoppige indiesensatie
Voxtrot speelde nooit eerder in België. De band leverde, buiten enkele bevallige ep’tjes, begin deze zomer ook zijn eerste titelloze langspeler af. Een schijfje dat bol staat van de meest catchy en hoekige popsongs waarop pakweg The Lemonheads en Belle & Sebastian nooit ver weg zijn. Redenen genoeg dus om even langs de Club te lopen waar het publiek uitgenodigd wordt voor een voorzichtig danspasje op aanstekelijke nummers als
Firecracker, Kid Gloves en het gezellige
Biggest Fan. Met een aaibaarheidsfactor waarvan Bart De Wever al jaren droomt, zorgen de heren voor een bijzonder leuke set waarna we enkel kunnen besluiten dat een zaaloptreden zich opdringt. Dringend!
Dat
The Shins weten hoe een goede rockshow werkt is al lang geen geheim meer. Veel verschil met het optreden in de Botanique, eerder dit jaar, is er niet. Het synth-deuntje dat
Sleeping Lessons en dit concert inzet zorgt opnieuw voor kippenvel. Songs als
Australia en
So Says I benaderen de perfectie en zorgen ervoor dat de hele tent uit de bol gaat. De band speelt onverstoord verder en laat zich niet verleiden tot inspelen op het meezingen van het gretige publiek. Precies dat maakt het verschil tussen goedkoop amusement en klasse. Uiteraard is het leuk om mee te krijsen, maar de songs mogen daar niet onder lijden. Dus wanneer de oho-koortjes in
Phantom Limb passeren, blijft James Mercer doodgewoon cool verderzingen. Het resultaat is dan ook verbluffend. Een show die nog lang zal blijven hangen.
Als jonge belofte staat
Kate Nash behoorlijk hoog geprogrammeerd in de Chateau. De MySpace-hypes lijken intussen voor het oprapen te liggen, maar deze jonge Engelse verrast met een frisse, sobere maar efficiënte show. Door het ontbreken van een gitaar in veel van haar liedjes zijn referenties als Ben Folds voor de hand liggend, maar haar muziek is veel opgewekter, minder donker en neerslachtig dan bij deze Amerikaanse pianist. Nash geniet duidelijk van de aandacht die ze krijgt in een goed gevulde tent en bedankt met prima songs als single
Foundations en
Mouthwash. Een jonge dame met pit, die haar stek op dit festival dubbel en dik verdient.
Brulapen en woestelingen, je vindt ze overal en dus ook op een festival als dit. Hetgeen
Bromheads Jacket absoluut niet verweten kan worden is dat ze geen podiumbeesten zijn. Zanger, spraakwaterval en adrenalinebom Tim Hampton raast als een bezetene over het podium, duikt in het publiek en kruipt bovenop het drumstel. De energieke nummers van de heren doen ons een beetje denken aan een kruising tussen de furie van The Datsuns en de snedige kantjes van Arctic Monkeys. Op geen tijd en aan een razend tempo jaagt het drietal zowat alle songs van haar debuutplaat ‘Dits From The Commuter Belt’ door de versterkers. Complimenten voor ‘the best crowd in months’ en de belofte om volgend jaar terug te komen met een nieuw album. Wij zullen er bij zijn!
Het is een hele tijd erg stil geweest rond toenmalig wonderkind Daniel Johns en zijn band
Silverchair. Maar blijkbaar heeft hun nieuwe album ‘Young Modern’ volgens de organisatoren voldoende potentieel om de groep opnieuw onder de aandacht te brengen. In Australië lust men er blijkbaar koek van, want daar werd Arctic Monkeys’ recentste album erdoor van het hoogste schavotje gehouden. Als vijftienjarige snaak nam hij de sterk naar Nirvana ruikende plaat ‘Frogstomp’ op, samen met enkele schoolkameraden. De band is duidelijk nog niet vergeten, want wanneer Johns de oudere nummers inzet verschijnen meteen de vuisten in de lucht en wordt luidkeels meegebruld. Nieuwe nummers als
Straight Lines en
Young Modern Station kunnen ons nochtans niet echt bekoren. Misschien hebben ze meer tijd nodig om door te dringen, op dit moment zijn er echter interessantere dingen.
[pagebreak]
Enkele jaren geleden was southern rock dringend aan een nieuwe injectie toe en het was dan ook een genoegen om het werk van
Kings Of Leon te horen. Zij hebben bewezen dat er in het zuiden niet alleen racisten en predikanten rondlopen, maar ook verduiveld goede muzikanten. De show die de Kings op Pukkelpop neerplanten, zit zo strak als de kont van Naomi Campbell in haar nieuwe Armani-jeans. Heerlijke versies van
Soft, de ode aan de onkunde, en het nog steeds magistrale
The Bucket, maar ook de nummers uit de nieuwste plaat klinken scherp en houden het publiek “on edge”. Geen wonder dat de crowdsurfers zich ondanks het verbod niet meer in de hand hebben en over de handen van de voorste rijen zweven op de puntige liedjes van Kings Of Leon. Een van de betere groepen tot nu toe op het hoofdpodium.
Erlend Oye is een bezige bij. Is hij niet bezig met The Kings Of Convenience, dan neemt hij wel een soloplaat op of leent hij zijn stem aan een of ander project. Op dit ogenblik staat hij in de Club als
The Whitest Boy Alive. Wie vertrouwd is met de stem van de Noor, weet dat hij door een simpele intonatie al emotie kan leggen in zijn teksten. Iets wat zich uit in elk nummer dat zijn handtekening draagt. Daarbij weet hij het publiek ook steeds te amuseren met een guitig dansje of een plotselinge uitval. Drie kwartier lang schijnt de zon in de Club met vooral nummers uit het recentste album ‘Dreams’. De zegetocht voor het gezelschap eindigt op voortreffelijke wijze met het fantastische
Burning.
Toegegeven, wij zijn niet de meest neutrale partij wanneer het op
Spoon aankomt. De groep heeft namelijk een aantal albums op zijn naam staan die op zijn minst indrukwekkend zijn. ‘Kill The Moonlight’ is daar bijvoorbeeld één van, en ook hun nieuwe album met de wel heel originele titel ‘Ga Ga Ga Ga Ga’ mag er meer dan zijn. Wanneer Britt Daniel zijn troepen het podium van de Chateau opjaagt, is de tent tot de nok toe gevuld, hetgeen – en dat weten wij uit eigen ervaring – tijdens hun vorige passages in België niet altijd het geval was. Geen wonder dus dat de voorman met een brede glimlach de zaal inkijkt voor hij het kille
The Beast And Dragon, Adored inzet. Meteen wordt weer duidelijk dat de groep (met nieuwe bassist Rob Pope) er duidelijk de beuk wil inzetten. Daniel ramt nog steeds op zijn gitaar als vanouds en drummer Jim Eno ondersteunt hem daarbij, samen met de nieuwe bassist, zoals het hoort. Van de nieuwe plaat horen wij onder andere
Don’t Make Me A Target en
You Got Your Cherry Bomb passeren. En opnieuw is er die steeds aanwezige onderhuidse passie, die sluimerende pijn die uit de nummers naar boven komt. Het is dan ook met een gevoel van spijt dat wij de tent verlaten nadat met
The Two Sides Of Monsieur Valentine de set werd afgesloten. Spijt dat er nog zoveel prachtige nummers zijn die niet op de setlist stonden, maar een mens kan niet alles hebben, is het niet Bert Anciaux?
Toegegeven, we waren even onder de indruk wanneer Maja Ivarsson, leading lady van de Zweedse poppunkband
The Sounds, het podium van de Club met het uitermate strakke
Living In Amerika kwam oprazen. Veel opwindender dan dat werd het echter allemaal niet. Er zou dus gediscussieerd kunnen worden of de band deze hoge spot verdient. Aanstekelijk is het allemaal wel, vernieuwend daarentegen? Songs die bol staan van de meest clichématige gitaarriffjes, afgewisseld met enkele voorspelbare synthesizerdeuntjes en de pose van een evil rock-‘n-roll chick. Rokend en zuipend wentelt Ivarsson zich als een wulpse kat tussen de andere jonge, mannelijke bandleden. Been there, done that. Maar dat was ook zowat de conclusie die we hadden toen we vorig jaar hun tweede plaat ‘Dying To Say This To You’ hoorden.
Qua zwartgalligheid kan de laatste dag op het hoofdpodium tellen. Naast afsluiter Tool geeft ook Industrial-epigoon Trent Reznor acte de présence met zijn
Nine Inch Nails. En het mag gezegd: de nagels zijn nog steeds behoorlijk puntig. Met een instrumentale intro wordt de set ingezet, waarna Reznor, kort geknipt en met hemd en das,
The Beginning Of The End ten berde brengt. Gitaren als cirkelzagen, donderende drums en bas doen de hemel meteen betrekken en de nacht invallen. De vleermuizen worden wakker en zetten hun nachtvlucht in op de tonen van de Nails. Tussendoor grijpt Reznor zelf naar de gitaar of de piano of ploegt hij met twee van zijn kompanen de wei open met een beklijvend
Killing Me Killing You, waarbij de heren vanuit een geïmproviseerde kooi spelen. Nine Inch Nails is het nog zeker niet verleerd. Wanneer de frontman dan als toegift
Hurt speelt, blijven wij over met een knoop in onze darmen. Hoeveel pijn kan een mens verwerken.
Weken waren wij al bezig met het fabelachtige ‘Daydream Nation’ van
Sonic Youth uit 1988 grijs te draaien. Een plaat die we zonder veel blozen een mijlpaal in de muziekgeschiedenis kunnen noemen. Maar goed, laat het ons over de liveprestatie van de band hebben. Het andere gezwam en rond de pot gedraai vertrouwen we liever toe aan Bart Somers. “We Are Sonic Youth and we will play Daydream Nation”, prevelt Thurston Moore. Wat volgt is een concert dat de geschiedenisboeken dreigt in te gaan als legendarisch. Het New Yorkse viertal geeft een bloemlezing uit het verklarende woordenboek van het begrip ‘noise’ zoals enkel zij dat kunnen. Ondanks de valse start eindigt
Teenage Riot fabuleus in een gitarengevecht tussen Moore en Lee Ranaldo. Impressing!
Silver Rocket en
The Sprawl rammelen als nooit tevoren en
Rain King gaat tot op het bot. Ranaldo kermt
Eric's Trip en Hey Joni terwijl Kim Gordon tijdens
Total Trash haar basgitaar bewerkt alsof het haar laatste dag op aarde is. Ook tijdens
Kissability is er voor de vierenvijftigjarige (54 !) echtgenote van Thurston Moore een glansrol weggelegd. Gitaren bewerken met drumstokken, versterkers, stukken podium en andere rommel het draagt allemaal bij tot die unieke en allesoverheersende sound van dit meesterwerkje. “It's an anthem in a vacuum on a hyperstation, day dreaming days in a daydream nation”. Dank u, noise-kikkers Moore, Gordon, Ranaldo, Shelley en in extremis Mark Ibold (ex-Pavement) voor deze wondermooie momenten. Wij zullen dit niet snel vergeten, onze daydream kaars brandt feller dan ooit tevoren.
Hoewel er al geruchten de ronde deden als zou
Tool niet komen opdagen, werden die in de loop van de dag resoluut de kop ingedrukt. Tool had opgetreden op Lowlands, dus moest ook Hasselt voor de bijl. Met enige vertraging wordt het startschot gegeven van het begin van het einde. Een optreden van Tool heeft iets apocalyptisch. Op het podium staan vier schermen met daarvoor evenveel schitterende muzikanten. Of het nu de fantastische riffs van Adam Jones zijn, de heerlijk rollende basloops van Justin Chancellor, de indrukwekkende roffels van Danny Carey of de haast duivelse stem van Maynard James Keenan, alles zit perfect op zijn plaats. Ja, ook de visuals en de indrukwekkende lasers passen perfect in het plaatje. Maynard – voor de gelegenheid in een Ramones-shirt - trapt af met een stomende versie van
Jambi en het immer straffe
Stinkfist. Op
Flood na speelt de band vervolgens een eerder traditionele set met
Schism als absoluut hoogtepunt, maar dat kan de pret al lang niet meer bederven. Veertien jaar en zo’n 5000 days na hun eerste doortocht als klein bandje zegeviert Tool als terechte headliner.
Wat na Tool volgt is de klassieke Pukkelpopchaos. Vuurwerk gaat over in ‘vuurke stook’ op de weide, gevolgd door het daaraan gekoppelde kat-en-muis-spel met de security, om nog maar te zwijgen over de nachtelijke spielereien op de camping. Besluitend kunnen we spreken over een editie met vele hoogtepunten, maar jammergenoeg ook enkele (onverwachte) dieptepunten. Chokri trok zich al bij al bijzonder goed uit de slag. Iets wat van de formateur niet gezegd kan worden, of wel?
No comments
Nieuwe reactie inzenden